De Eerste Parade

 

De Eerste Parade’ maakt een subjectieve wandeling door de beeldhouwkunst van Constant Permeke tot Thomas Lerooy, en transformeert zo het Canadasquare nabij het Grand Casino Knokke in een heel bijzondere openluchtbeleving. Bescheiden, ingetogen en aaibare beelden van Belgische kunstenaars waaronder George Grard, Nadia Naveau, Mark Manders en Valérie Mannaerts vormen een contrast met de drukke publieke ruimte. Elk kunstwerk toont de kracht van het menselijke kunnen, maar ook de schoonheid van de kwetsbaarheid van het bestaan. De Eerste Parade dwingt tot vertraging zoals we blijven stilstaan voor een voorbijtrekkende carnavalstoet, corso of fanfare. De intieme relatie die ontstaat tussen toeschouwer en beeld staat in schril contrast met het idee van de uitbundige tijdelijkheid van een parade. 

Deze unieke samenwerking tussen het Gemeentebestuur Knokke-Heist, curator Joost Declercq en Middelheim Antwerpen zorgt voor het ontstaan van een uitzonderlijk kunstplein. Niet toevallig trekt ‘De Eerste Parade’ voorbij in het 90e jaar van het Grand Casino Knokke, dat zo terug aanknoopt bij de traditie om de allergrootste namen uit de kunstwereld te ontvangen.

De buitententoonstelling 'De Eerste Parade' is vrij te bezichtigen vanaf 22 mei tot en met 11 november 2021 op het Canadasquare nabij Grand Casino Knokke.

Philip Van Isacker

Het tweedelige beeld Staande Figuur en Torso (1999) van Philip van Isacker (1949) staat aan het hoofd, of de staart, van de parade. Slenterend over het Casinoplein gaan deze lichamen een dialectische confrontatie aan met de klassieke vorm. In de beelden wordt de relevantie van het verband tussen ‘het schone’ en ‘het goede’, dat reeds sinds de oudheid in de beeldhouwkunst bespeelt wordt, bevraagd. De meditatieve fragiliteit van de mannelijke figuur reflecteert de haast strelende werkwijze van de kunstenaar.

George Grard

Lente (Noibé) (1947) van George Grard (1901 - 1984) negeert de blik van de toeschouwer. De zuivere artistieke emotie schets niet een vrouw in haar jeugd maar DE jeugd, los van een persoonlijk narratief. Het abstraheren van bepaalde details geeft deze expressie kracht bij. De twijfel van het ontluiken kan dienen als metafoor voor de kunst. Als classicus bespeelt Grard hier moeiteloos het spanningsveld tussen het academisme en het experiment.

Nadia Naveau

De sculptuur Les Mamelles de Tirésias (2021) van Nadia Naveau (1975) lijkt een toevallige collage van elementen. In tegenstelling tot onder meer Philip van Isacker en George Grard, is het beeld opgebouwd vanuit een digitaal denken. Naveau bespeelt de grens tussen figuratie en abstrahering, het klassieke en het hedendaagse. Het resultaat is een eclectische vormentaal die de menselijke figuur deconstrueert.

Constant Permeke 

Marie-Lou (1938) van Constant Permeke (1886 - 1952) bespeelt net als George Grard het spanningsveld tussen het academisme en het experimentele. Het respecteren van de proportionele verhoudingen van de menselijke figuur staat in schril contrast met de abstrahering van het gezicht die getuigt van een radicale vernieuwing en aanleunent bij het kubisme. De zelfbewuste, onkwetsbare wijze waarop de figuur in zichzelf getogen staat verwerpt elke seksuele connotatie van het vrouwelijke lichaam. Ontdaan van een persoonlijk narratief staat Marie-Lou als de vrouw, symbool voor de moeder van de aarde.

Mark Manders

Het werk van Mark Manders (1968) stelt het bestaan van de mens centraal aan de hand van de fragiliteit die door de kunstenaar in het beeld geëvoceerd wordt. Manders beschouwt zijn gehele artistieke praktijk als een zelfportret: Het Zelfportret als Gebouw. De mens wordt dus als een huis opgevat waarin, net als in het leven, een balans gezocht wordt. Het androgene gezicht wordt doorklieft waardoor een dualiteit ontstaat die een existentiële spanning teweegbrengt.

Valérie Mannaerts 

Valérie Mannaerts (1974) creëerde voor De Eerste Parade een nieuw beeld dat duidelijk inspiratie haalt uit het kostuumontwerp voor het ballet Parade (1917) van Pablo Picasso alsook talrijke schetsen en schilderijen van David Hockney (ca. 1980). Daarnaast speelt de kunstenaar in op de specifieke omgeving van het Casino en diens Art Deco vormentaal uit de jaren ‘30 van de vorige eeuw. Als een gesculpteerd schilderij bezit het beeld een theatrale kwaliteit waardoor het zijn plek opeist binnen de parade.

Eugène Dodeigne 

Eva (1974) van Eugène Dodeigne (1923 - 2015) werd voor het Casino geplaatst als aandenken aan Gustave Nellens (1907-1971), casino-uitbater en promotor van Knokke-Heist. De menselijke figuur, refererend naar de oermoeder, werd door de kunstenaar uit een eeuwenoude Bourgondische steen gekapt. Aan de hand van deze rechtstreekse techniek wordt een ruwheid gecreëerd die een immense expressieve kracht bezit.

Johan Creten

Johan Creten’s (1963) Why does Strange Fruit always look so sweet? (1998 - 2015) werd door de kunstenaar bedacht vanop zijn ziekbed in Mexico. Vanuit zijn kamerraam zag hij dadelpalmen waarvan de vruchten zich op hallucinante wijze als vleselijke gezwellen voordoen. De inspiratie vertaalde zich naar een fantasierijk beeld dat de ambiguïteit van het menselijke lichaam bestempeld.

Ossip Zadkine

De Poëet van Ossip Zadkine (1888 - 1967) werd in 1963 door de gemeente werd aangekocht symboliseert de creatieve mens bij uitstek. Op een gevoelige wijze geeft het uitdrukking aan “de zanger van de vrijheid” en biedt zo een hommage aan de surrealistische dichter Paul Eluard wiens Liberté (1942) op het beeld gegraveerd staat. De Poëet is een ode aan de prestigieuze poëziewedstrijden van de badstad.

Thomas Lerooy

De sculptuur Why Worry (2009) van Thomas Lerooy (1981) wekt een bevreemding op die aanleunt bij het surrealistisch denken. Binnen de geschiedenis van de klassieke beeldvorming bespeelt de kunstenaar het spanningsveld tussen het groteske en het schone. Met een humoristische insteek reflecteert Lerooy over heticonische beeld en het geïdealiseerde lichaam in de beeldhouwkunst.